Op ongeveer elf jarige leeftijd had Koos seks met een oudere man.

Bij de kennismaking tref ik een grote, zeer fors gebouwde man die mij op welhaast overrompelden wijze tegemoet treedt. Overrompelend is Koos in die zin, dat hij direct in het gesprek in zijn woordenstroom nauwelijks te onderbreken valt.

Hij verteld nu de feiten waarvoor hij veroordeeld is te bekennen, dit in tegenstelling tot zijn ontkennende houding tijdens het onderzoek in het P.B.C. in 1982. Koos stelt  “door ruzie met de rechercheurs ” destijds en  “voor mijn familie  en doordat ik er zelf niet mee overweg kon ” de hem ten laste feiten ontkend te hebben. Jarenlang heeft hij, zo verteld hij naar zijn zeggen door praatprogramma”s op de televisie over daders van misdrijven en over ouders die kinderen verloren zijn. Ertoe gekomen om te te gaan bekennen.

En dat word dan klakkeloos aangenomen door de psycholoog.” voor de ouders die hun kinderen zijn verloren” Tijdens de camera opname, vroeg ik hem “Heb je wel eens overwogen de ouders een brief te schrijven?” Nou nee, dat heeft geen enkele zin, die mensen hebben dat al een plaats gegeven en dat verteld hij dan met een gezichtsuitdrukking zonder ook maar een spoortje van emotie. 

In zijn opstelling van volledige medewerking aan het onderzoek en zijn nadrukkelijke bekentenis lijkt Koos op een kinderlijke wijze te zoeken naar steun in het contact,als tracht hij ( onbewust) op die wijze zijn toehoorder voor zich te winnen. koos verteld daarbij gehaast en zonder dat er enige emotionele beroering in zijn gelaatsuitdrukking zichtbaar is.

Onbewust? Met alles wat hij heeft gedaan in zijn leven is weloverwogen geweest. Niets was onbewust, maar bewust.

Hoewel hij tijdens het gesprek een gemakkelijke houding zoekt, hij zak wat onderuit in zijn stoel, maakt hij een zeer gespannen indruk doordat hij vrijwel voortdurend zijn benen, armen en – opvallenderwijs- zijn vingers op onrustige wijze beweegt. Indruk is dat Koos gespannenheid met name voorkomt uit zijn behoefte aan contact waarbij hij aftast of hij in de afgelopen zestien jaren van gevangenschap door het gevangenispersoneel “als een stuk vuil “behandeld is, heeft hij naar zijn eigen zeggen vele en naar het zich laat aanzien weet hij zich gedetailleerd situaties en personen te herinneren.

Koos is zoals gezegd, een grote,grof gebouwde man die in een korte of lange broek met een T-shirt schoon en redelijk verzorg uitziet. Sluike blonde haren omranden zijn gezicht waardoor koos, ondanks de tekening van het gelaat laat zien dat hij niet jong meer is, op grond van zijn uiterlijk verschijning naar leeftijd moeilijk te schatten is. Op zijn armen zijn restanten van tatoeages te zien. Littekens op die plekken zijn  zijn naar koos zeggen gekomen doordat hij zelf met hulp van een brandende sigaret deze tatoeages heeft geprobeerd te verwijderen. koos vertelt dat in deze tatoeages “Moeder” stond. na lezing van het milieurapport ( rapportage P.B.C in 1982) zegt Koos zo kwaad geworden te zijn op moeder – hem werd duidelijk hoe moeders opstelling geweest is – dat hij deze tatoeages niet meer op zijn arm wilde en ze dus wegbrandde.

Van een goede bekende die mij vertelde, dat er nooit een tatoeage van moeder op zijn arm heeft gestaan. De weg gebrande tatoeage zou Astrid hebben gestaan. En samen met Ingrid op de Zuidwal zijn verwijderd.

Koos taalgebruik is weinig geschoold, maar desondanks weet hij zijn gedachten en opvattingen op zijn manier goed duidelijk te maken. Hij spreekt met een sterk Haags accent en opvallend is dat Koos in zijn haast om iets te vertellen impulsief spreekt en daarbij woorden vervormd of woorden uitspreekt die niet bestaan. Zo zegt hij bezorggelijk als hij bezorgd bedoelt en ik ben geen herhaalbaar persoon wanneer hij sprekend over de toekomst wil benadrukken dat hij feiten als het ten laste gelegde niet nog eens zal plegen. naar aanleiding van koos begrip en uitdrukkingsvermogen in het gesprek ontstaat de indruk dat hij over een ten minste gemiddelde intelligentie beschikt.

In de daarop volgende gesprekken gaat Koos telkens graag mee wanneer ik hem komt ophalen voor een gesprek of test en uit de gretigheid waarmee koos spreekt, blijkt keer op keer zijn grote behoefte aan aandacht. koos stelt zich voortdurend vriendelijk op. Mijn indruk is is dat zijn wens om door rapportage van het P.B.C uitzicht te krijgen op een plaats anders dan in de gevangenis hier mede een rol speelt. koos doet zijn best om goed mee te werken. Over het algemeen voert hij liever een gesprek dan dat hij een test maakt. maar ook aan de testen werkt hij bereidwillig mee. aan het begin van elk gesprek is koos gespannen,dit uit zich net als in het eerste contact door een ongemakkelijk zitten en onrustige bewegingen van armen en benen. deze spanning neemt af tijdens het gesprek. Naarmate de weken vorderen is Koos wel in staat vertrouwelijke mededelingen te doen en lijkt hij zich rustiger te voelen in het contact. Desalniettemin , hoezeer koos ook zijn best doet zich open en bereidwillig op te stellen, blijft het contact oppervlakkig, weinig diepgaand en blijft er een zekere leegte merkbaar. Koos lijkt de onderzoeker als gesprekspartner te waarderen omdat hij zich serieus genomen voelt en zijn verhaal kwijt kan., maar van enige hechting aan de persoon als zodanig geeft hij geen blijk. In die zin lijkt het contact vooral ingevuld te worden door de egocentrische contact behoefte van koos. En is er van wezenlijke contactgroei geen sprake. Het gemis van deze contactgroei lijkt van belang te zijn bij het gegeven dat Koos  opmerkingen  vraagtekens bij mij oproepen met betrekking tot de betrouwbaarheid en volledigheid daarvan. Aldus de psycholoog. naast de indruk dat koos oprecht lijkt te proberen enige verklaring voor zijn gedrag ( met name geldt dit voor de ten laste gelegde ( feiten 1, 2  en drie)  te vinden, blijven deze vraagtekens overeind. aldus lijkt het gesprek aan vertrouwen dat Koos in een ander heeft zich te weerspiegelen in het contact in het huidige psychologische onderzoek

00-nic0-haagse penoze boek

De beperking in koos belevingswereld dient zich al gauw aan, de gevangenis is zijn leefwereld geweest, gedurende de afgelopen zestien jaren koos weet zich vele voorvallen levendig voor de geest te halen. Opvallend is dat hij de situaties en personen weinig genuanceerd belicht, maar dat zijn mening en oordeel over personen scherp zijn. Zijn eigen positie stelt hij veelal centraal, zijn blik is gefocust op hoe hij door het personeel benaderd en benadeeld is, en hij lijkt sterk wantrouwend ten opzichte van andere te staan. op zijn eigen verantwoordelijkheid in bijvoorbeeld het ontstaan van conflicten lijkt hij een beperkt zicht te hebben. veelal doet hij zijn rol (lachend) af als was dit slechts een reactie op een onterechte behandeling. ook het effect wat hij met zijn gedrag sorteert bij de ander lijkt in zijn beleving onderbelicht te blijven. Zo noemt hij bijvoorbeeld een situatie waarin hij naar zijn zeggen “omdat een bewaarder zei dat ik een beest was ” gedurende enkele dagen zijn cel besmeurde met uitwerpselen. “dan zal ik het ze laten zien, dan krijg ik maar strafcel “zo luidt Koos commentaar.. Anderzijds wordt duidelijk dat Koos in de jaren van gevangenschap ( gedwongen) tot een zekere rust is gekomen. Zijn verhalen over de periode voor de detentie staan vooral in het teken van maatschappelijk onaangepast gedrag. de detentie heeft voor een rem  op dit gedrag gezorgd. koos zelf lijkt nauwelijks in staat geweest te zin om zijn gedrag te controleren en te sturen. Koos praat – ook al na die jaren nog met heimelijk plezier – over stelen, zwerven op straat, ontsnappen uit internaten en drugsmisbruik in zijn jaren  van jonge volwassenheid waarin hij zich een zekere positie verworven had binnen de uitgaanswereld waar hij als portier werkzaam was ( in welke jaren overigens ook de hem ten laste gelegde feiten zich afspeelde) Koos lijkt, en dit is ook in de jaren van detentie zo geweest, veelal impulsief gehandeld en gereageerd te hebben. Bij tegenwerking lijkt hij zijn agressie gemakkelijk tot uiting te hebben gebracht. Zoals in het milieuverslag omschreven heeft Koos zich een vechtersmentaliteit eigen gemaakt, waarbij overleven als doel gesteld is.

In  emotioneel, sociaal en relationeel opzicht lijkt Koos zeer beperkt ontwikkeld te zijn. de hunkering naar aandacht,naar steun en warmte, het gegeven in dat opzicht slechts enorm te kort gekomen te zijn, spelen in dit aspect van de persoonlijkheid ontwikkeling van koos een grote rol. vertellend over relaties met zijn ex vrouw Tineke en andere vriendinnen kan koos van deze vrouwen als personen geen beeld schetsen. Wel spreekt hij over de vader van Tineke, die hij erg bewonderd zegt te hebben. Koos lijkt zich veelal in problematische situaties begeven te hebben dit wekt overigens gezien zijn eigen achtergrond en leefsituatie geen verwondering – waarbij hij zich als sterk en groot presenteerde doch daarbij zijn gebrekkig overzicht over situaties en zijn beperkte relationele vaardigheden er toe leidden dat hij geen stabiliteit wist aan te brengen. Bij zijn ex vrouw Tineke zegt Koos zo zich erg ingezet te hebben voor haar zoon. koos  lijkt zich het lot van deze jongen ook aangetrokken te hebben doch niet in staat is geweest te zijn de situatie te sturen. Zicht op zijn eigen beperkingen  heeft koos nauwelijks, hij neigt er over het algemeen sterk toe de reden van mislukkingen in andermans gedrag te zoeken, Uitzondering is de relatie met Astrid een destijds 15 jarige meisje. Koos stelt deze relatie  verbroken te  hebben om dat Astrid uit een goed milieu afkomstig was en ik voor haar veel te slecht leefde. Koos praat snel en oppervlakkig, maar wanneer hij over het contact met zijn zus Linda praat, is er iets van ontroering in zijn ogen zichtbaar. ( Met haar heeft hij tot aan zijn dood contact gehouden.) Linda was hem dierbaar. Seksualiteit lijkt in koos ontwikkeling al op jonge leeftijd op onnatuurlijke en ongedifferentieerde wijze geïntroduceerd te zijn. koos vertelt dat hij op ongeveer elf jarige leeftijd nogal eens wegliep van internaten en dat hij dan naar een gezin in Den-Haag ging waar hij door de man in dat gezin seksueel benaderd werd ( Koos noemt aftrekken en pijpen) Op iets latere leeftijd vertelt hij seksueel contact te hebben gehad met een prostituee en verder noemt hij dat hij een aantal keren bijna verkracht werd. Koos zijn beleving van deze situatie lijkt weinig genuanceerd , bedreigd of angstig zegt hij zich niet gevoeld te hebben. Hij stelt zelf altijd zich tot  vrouwen aangetrokken te voelen, geen homoseksuele verlangens te kennen. Zoals ook in het milieuverslag genoemd, heeft hij het contact met zijn zuster Linda op heel jonge leeftijd als koestering beleefd. Aan de seksuele relatie met Astrid zegt Koos de beste herinneringen te bewaren. In zijn huidige masturbatiefantasieën, zo vertelt koos  desgevraagd is het ook altijd Astrid, de jonge Astrid van destijds met wie hij de liefde bedrijft.

Met betrekking tor de hem ten laste gelegde feiten weet Koos zich gedetailleerd de situaties en gebeurtenissen te herinneren. Een bespreking hiervan wordt in het psychiatrische rapportonderdeel gegeven. Hij spreekt ook met mij over de feiten sub i, 2 en drie nadat hij deze jarenlang heeft ontkend heeft., naar zijn zeggen niet voor het eerst. In de gevangenis zegt hij langzamerhand tot bekentenis te zijn gekomen. Als tussenstap ofwel overbrugging naar volledige bekentenis lijkt die stelling dienst gedaan te hebben zoals beschreven in de rapportage van de heer Rengelink ( 1995), psychiater  daarbij schrijft koos de delicten aan Koos H  toe maar anderzijds houdt hij vol dat hij zelf er niet bij betrokken was, wel spreekt hij naar zijn zeggen voor het eerst uitgebreid en in detail over de feiten en het is zichtbaar dat het hem moeite kost, dat het hem emotioneel raakt. koos trekt bij het bespreken van de ten laste gelegde moorden wit weg en hij moet vaak slikken. de opstandigheid die hem in de jaren na het ten laste gelegde gekenmerkt heeft, lijkt verdwenen te zijn en lijkt ruimte gemaakt te hebben  voor schuldbesef dat overigens nog oppervlakkig blijft door zijn neiging de verantwoordelijkheid buiten zichzelf te plaatsen. de cocaïne die koos in die periode waarin ook het ten laste gelegde zich afspeelde gebruikt zou hebben zou volgens hem in dit verband een belangrijke oorzakelijke rol gespeeld hebben. Koos vertelt in de jaren 1978-1980 steeds gekker geworden te zijn, meer en meer zegt hij op zoek te zij gegaan naar jonge meisjes koos vertelt vaak s,avonds naar kindertehuizen in wassenaar en Voorburg te zijn gegaan om daar naar meisjes te kijken, hij zegt daartoe vaak in dakgoten van die tehuizen te zijn geklommen om de meisjes goed te bekijken. Hij raakte dan seksueel opgewonden en hij vertelt dat hij daarna vaak een stil plekje  zocht om zich zelf te bevredigen. Hij was naar zijn eigen zeggen heel sterk op seks gericht daar hij in verband met zijn werk in een seksclub veel kinderpornofilms zag die hij zeer opwindend vond, zijn drang om seksueel contact met jonge meisjes te hebben zou, zo vertelt hij, in deze context zijn.

Emotioneel raakt! En wit weg trekt!! Dat was toch wel even anders dan dat hij er zo hartelijk om moest lachen dat hij Emy de Boer in een hutkoffer had gestopt om haar daarna als oud vuil te dumpen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s